Met de opkomst van de industriële revolutie (1850-1890) in Nederland zijn ook de vakbonden ontstaan. Eerst lokaal en later landelijk.
(Bron: https://isgeschiedenis.nl/nieuws/geschiedenis-van-de-vakbonden-in-nederland). Een goede ontwikkeling, om (meestal laagopgeleide) arbeiders te helpen om hun belangen te behartigen, tegenover de rijke, slimme en machtige werkgevers.
Inmiddels zijn we aanbeland in 2022. Arbeiders zijn werknemers geworden en al lang niet meer laag opgeleid of onmondig. Je zou denken dat de vakbonden vandaag de dag niet meer nodig zouden zijn. Maar niets is minder waar. Met oplopende verbazing en lichte irritatie volg ik het nieuws, waarin ik regelmatig hoor dat cao- of loononderhandelingen wederom zijn vastgelopen en dat werkgevers en bonden niet tot elkaar kunnen komen. Of verhalen over de slechte verstandhouding tussen OR en Directie.
Ik begrijp niet dat werkgevers en werknemers zo tegenover elkaar moeten staan. Het ‘wij’ en ‘zij’ gedrag polariseert de arbeidsmarkt. Werknemers, die gaan staken als de onderhandelingen vastlopen, werkgevers die weigeren een strobreed toe te geven, werknemers die een loopje nemen met de regels, werkgevers die hun werknemers niet eens kennen, werknemers die zich niet verbonden voelen met hun organisatie, werkgevers die geen oor en oog hebben voor hun werknemers en hoog en droog in hun ivoren toren blijven zitten… en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Er bestaat vaak een enorme kloof tussen werkgever en werknemer. Ik denk dat dit dateert uit vroeger tijden, waarin armen en rijken zeer gescheiden leefden en zich niet met elkaar bemoeiden. Toen de vakbonden hard nodig waren om die kloof enigszins te overbruggen, zodat partijen in elk geval met elkaar communiceerden. Maar tijden veranderen. We hebben elkaar nodig. Werkgevers kunnen niet zonder werknemers en vice versa. En met wat aanpassing van beide kanten zou die polarisatie veel kleiner worden.
En hoe wat dat kunnen bereiken? Bijvoorbeeld door werkgevers die hun regels versoepelen, marktconforme arbeidsvoorwaarden hanteren, hun werknemers leren kennen en hun werknemers een grotere rol laten spelen in de bedrijfsvoering. Die hun werknemers laten meebeslissen. Aan de andere kant, werknemers die zelfbewust zijn, weten wat ze kunnen en zich veel ondernemender opstellen. Die niet afwachten welke regels hun werkgever opstelt, maar zelf met een goed en eerlijk voorstel komen. Werknemers die zich verbonden voelen met de organisatie waar ze werken.
Als we die polarisatie kunnen verminderen, zou er meer samenwerking zijn. Een betere communicatie en tevredenheid aan beide kanten. Dan staan werkgevers en werknemers hand in hand aan één kant. Klaar om samen te werken aan een gezonde relatie, goed werkklimaat èn een succesvolle organisatie, met een gezonde groei en mooie omzet. Ik denk dat dit kan.
En de vakbonden? Misschien zouden die wat minder op de barricades kunnen gaan staan. Niet meer met die vuist omhoog. Maar een constructieve samenwerking met de werkgevers aangaan. Waarbij werkgevers niet meteen met de hakken in het zand moeten schieten. Maar luisteren naar argumenten. En dan samen tot een goede oplossing komen.
Ik denk dat het kan. Als beide partijen het ‘juk’ van de polarisatie kunnen afschudden, kan er iets nieuws ontstaan. Iets moois.
Wat denkt u?
